Tsunami algemeen

Het ontstaan van een tsunami Door NATURALIS
http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossiers/natuurdatabase.nl/i003350.html

Een tsunami is een supergolf die op gang komt door een onderzeese aardbeving. Het zeewater neemt de energie van de aardbeving op en zet deze om in krachtige golfbewegingen die honderden of duizenden kilometers over de aardbol reizen en elke kust die ze bereiken grote schade kunnen toebrengen. Via tsunami's hebben dus ook onderzeese aardbevingen een verwoestend effect op het land. Het ontstaan en de ontwikkeling van een tsunami verloopt volgens een aantal vaste fasen, die hieronder worden toegelicht.

Het aardoppervlak bestaat uit losse platen die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. De grenzen van de platen lopen grotendeels door zee. Waar de platen langs elkaar schuren, tegen elkaar botsen of onder elkaar schuiven, treden grote spanningen in de aardkorst op. Als deze spanningen vrijkomen, ontstaan schokgolven die de aardkorst heftig in trilling brengen. Soms is de spanningsopbouw zo groot dat een aardplaat een stuk wordt opgetild. Op het land zijn de trillingen voelbaar als een aardbeving. Vindt de beving op de bodem van de zee plaats, dan wordt de energie van de trillende bodem overgebracht op de bovenliggende waterkolom. Komt de zeebodem in zijn geheel omhoog, dan wordt ook de bovenliggende waterkolom omhoog geduwd. Meestal zijn alleen spanningen die opgebouwd worden als een oceanische plaat onder een continentale plaat schuift (zogenaamde subductie) groot genoeg om een tsunami te laten ontstaan. Er is hiervoor een beving oftewel spanningsontlading nodig met een kracht van minstens 7,5 op de schaal van Richter.

Door de opname van de kinetische energie van de aardbeving begint ook de waterkolom boven het epicentrum van de beving te trillen. Als gevolg hiervan ontstaat een cirkelvormige rimpeling aan het wateroppervlak. De tophoogte van deze rimpeling bedraagt slechts enkele decimeters. Als de zeebodem zich opheft kan de tophoogte van de rimpeling enkele meters bedragen. Op volle zee is zo'n hoogteverandering nauwelijks merkbaar, zodat schepen er doorgaans geen last van zullen hebben. De beving brengt echter een groot gebied in beweging: de rimpeling bevat daardoor zeer veel energie.

Omdat de zwaartekracht aan het omhoog bewegende water trekt, wordt de verticaal gerichte kinetische energie van de aardbeving omgezet in een horizontale beweging: als gevolg hiervan, en door nieuwe trillingen die door de aarde aan het water worden doorgegeven, splitst de ontstane rimpeling zich op in meerdere golven, die zich van het epicentrum van de beving verwijderen. De golven hebben dezelfde kringvorm en vertonen hetzelfde gedrag als de kringen die ontstaan als men een steen in een vijver gooit.

De golven verwijderen zich met hoge snelheid van het epicentrum van de beving, maar de verwijderingssnelheden zijn niet overal even groot. In het algemeen geldt dat golven die zich over diep water verplaatsen een grotere snelheid hebben dan golven die zich over ondiep water verplaatsen. De tsunamigolf die in de richting van de open oceaan gaat verwijdert zich dus sneller van het epicentrum dan de tsunami die zich in de richting de kust verplaatst. Deze golf reist immers over de steeds ondieper wordende continentale plaat en zal onderweg meer weerstand ondervinden, waardoor zijn snelheid steeds meer afneemt. De snelheid waarmee een tsunami over zee reist, is afhankelijk van de kracht van de aardbeving: hoe sterker de schokgolven hoe groter de aan het water afgegeven hoeveelheid energie en hoe sneller de golfverplaatsing. De voortplantingssnelheid van de golf is wiskundig te berekenen. De snelheid is namelijk de wortel uit de diepte (in meter) x de zwaartekrachtversnelling (9,8 m/s2). Als de waterdiepte 1000 meter is, zal de tsunami met een snelheid van ongeveer 356 kilometer per uur over het wateroppervlak rollen (wortel uit 1000 x 9,8 m2/s2 = 99 m/s = 356 km/uur). De golf die vlak bij de kust op een waterdiepte stuit van 10 meter zal zich met een snelheid van 35,6 kilometer per uur verplaatsen.

Zodra de tsunami de ondiepe kustzone nadert, begint het zogenaamde grondeffect op te treden. De voorkant van de golf wordt door de weerstand die hij van de oplopende bodem ondervindt geremd, terwijl de achterkant van de golf nog de volledige snelheid heeft. Hierdoor wordt de golf in elkaar gedrukt. Het water kan nog maar één kant op: omhoog. De tophoogte van de golf zal plotseling sterk toenemen.

De laatste honderden meters voor de kust neemt de waterdiepte snel af, waardoor de voortrollende watermassa nog meer weerstand ondervindt. De oplopende kustlijn remt de voorkant van de golf steeds meer in zijn beweging, terwijl de achterkant, die zich in dieper water bevindt, met grotere snelheid kan blijven doorrollen. Op een gegeven moment loopt de achterkant van de golf als het ware tegen de voorkant op, waardoor de golf nog verder in hoogte toeneemt. Het klimmen van de golf veroorzaakt zuiging aan de voorkant, waardoor zeewater dat zich tussen de tsunami en de kust bevindt in de golf omhoog wordt getrokken. De kustlijn trekt zich nu in korte tijd tientallen tot honderden meters terug. Even lijkt het eb te worden, een situatie die een minuut of tien kan duren.

Als de supergolf uiteindelijk de kust bereikt, rolt hij als een muur van water over het land heen, alles verwoestend wat hij op zijn weg tegenkomt. Wie deze enorm krachtige golf overleeft, is nog niet in veiligheid, omdat het water zich met evenveel kracht als het gekomen is ook weer terugtrekt in zee. Tegen de zuigende werking van het water is vrijwel niets bestand. Bovendien komen achter de eerste krachtige golf meerdere tsunami's aan, soms krachtiger, maar meestal minder krachtig dan de eerste.

Historie http://www.kennisnet.nl/special/tsunami/watiseentsunami/historie.html?mnndx=11&swtch=11

Japan werd vaak getroffen door tsunami's. Tsunami is dan ook een Japans woord. Tsunami's zijn een veel voorkomend verschijnsel, en niet alleen in Japan. Door de geschiedenis heen hebben er heel wat tsunami's plaatsgevonden. Sommige klein, andere groot. Je ziet hier een kleine greep uit de historie

2011: Japan - Tokyo
2010: Indonesië, Chili
2009: Amerikaanse Samoa-eilanden
2006: Indonesië - Java
2004: Indonesië – Sumatra
2001: Peru
1999: Turkije
1985: Mexico
1976: Filipijnen
1960: Chili, Hawaii
1946: Frans Polynesië - Markiezen eilanden
1918: Puerto Rico
1868: Chili, Peru
1755: Portugal - Lissabon
1700: Japan - Honsu
Bronstijd, ca. 3000 tot 800 voor Christus: Griekenland - Santorini